Internet schokt twee op drie kinderen PDF 
vrijdag, 07 september 2007 19:50

{mosimage}Na drie jaar onderzoek bij 6 500 kinderen en jongeren en meer dan 23 000 gespreken is de organisatie Action Innocence formeel: internet is en blijft voor kinderen en jongeren even onveilig als de nachtelijke achterbuurten van gelijk welke grootstad.

66 procent van de Vlaamse tien- tot dertienjarigen zegt dat ze al negatieve ervaringen hadden met internet. In 2005 was dat 'nog maar' 40 procent. Ondanks alle sensibiliseringscampagnes hebben kinderen en jongeren steeds meer negatieve ervaringen op het web.

 

De top vier van negatieve ervaringen.
Percentage kinderen en jongeren dat zegt ermee geconfronteerd te zijn


Negatieve ervaring Percentage
Ongewenste beelden:
porno, geweld ... 38 %
Onaangename contacten:
verbale agressie, seksuele benadering, cyberpesten 20 %
Technische problemen:
computervirussen en -wormen, crashes 9 %
Storende reclame 2,5 %

 

In 2005 werden vier kinderen op tien minstens één keer gechoqueerd door internetbeelden, meestal porno of geweld. Ruim één op zes voelde zich al eens bedreigd. Twee jaar en verschillende sensibiliseringscampagnes later luidt Action Innocence opnieuw de alarmbel. De internetdreiging blijft toenemen. Preventieverantwoordelijke en kinderpsychologe Marjan Gerarts rafelt de pijnpunten uit.

 

Action Innocence peilde vorig schooljaar naar de internetervaringen van 6 500 tien- tot dertienjarigen. In 2005 deden jullie ook al een onderzoek met de universiteit van Gent. Heb je nu een duidelijk beeld van wat kinderen met internet ervaren? Zie je trends?
Marjan Gerarts: "Ondanks de vele sensibiliseringscampagnes voor veiliger internetgebruik blijven nog te veel kinderen het slachtoffer van ongewenste confrontaties of onaangename contacten. Helaas is dat de voornaamste trend die er uitspringt. En inderdaad, we hebben daar een heel duidelijk zicht op. Op drie schooljaren tijd hebben onze psychologen persoonlijk gesproken met meer dan 23 000 kinderen uit meer dan 1 100 klassen in heel België. Daarnaast hebben we de leerlingen vorig schooljaar gevraagd hun ervaringen met internet op te schrijven of te tekenen. Je merkt dat ze dan veel meer durven vertellen dan in volle klas. We willen de internetervaringen van kinderen en jongeren blijven verzamelen en overmaken aan ouders en leraren. Zij spelen een cruciale rol in de internetveiligheid van de jeugd."

Je hebt niet alleen gepeild naar negatieve ervaringen, maar ook naar positieve. Wat vinden kinderen leuk aan internet?
Marjan Gerarts: "Bijna de helft van de kinderen noemt positieve ervaringen met spelletjes, bijna een op drie met chatten, een op vijf met informatie opzoeken en een op twaalf met videofilmpjes bekijken. Dat mag je de top vier noemen. Verderop volgen positieve ervaringen met muziek beluisteren, een blog of eigen website maken, e-mailen enz. Met de leeftijd zie je daar verschuivingen in gebeuren. Zo wordt chatten bij twaalf- en dertienjarigen even belangrijk als gamen, terwijl dat bij tien- tot twaalfjarigen minder is. Er is ook een verschil tussen jongens en meisjes: jongens spreken meer over gamen, meisjes meer over chatten."

Over naar de negatieve ervaringen. Wat springt eruit?
Marjan Gerarts: "Twee derde van de ondervraagden rapporteert minstens één negatieve internetervaring. Bijna vier op tien kinderen zeggen dat ze al eens geconfronteerd werden In 2005 werden vier kinderen op tien minstens één keer gechoqueerd door internetbeelden, meestal porno of geweld. Ruim één op zes voelde zich al eens bedreigd. Twee jaar en verschillende sensibiliseringscampagnes later luidt Action Innocence opnieuw de alarmbel. De internetdreiging blijft toenemen. Preventieverantwoordelijke en kinderpsychologe Marjan Gerarts rafelt de pijnpunten uit. met ongewenste beelden. Eén op vijf vertelt over onaangename ervaringen met contacten via het web, cyberpesten hoort daar ook bij. Eén op elf spreekt van vervelende technische problemen, zoals virussen en gecrashte pc's. Webreclame is voor de meesten niet echt negatief: slechts 2,5 procent rapporteert dat als hinderlijk."

Ongewenste beelden zijn blijkbaar moeilijk van het scherm te houden. Het begint al bij een simpele zoekopdracht.
Marjan Gerarts: "Tja, ik hoef je niet te zeggen wat je allemaal over je heen krijgt, als je op een onbeveiligde computer in Google 'poesje' intikt. Maar ook als je 'paardje' intikt, leidt een van de eerste resultaten je naar een pornowebsite over seks met paarden. Naast pornografische beelden getuigen kinderen ook van gewelddadige foto's en filmpjes. Qua leeftijd en geslacht zien we hier geen enkel verschil, ze hebben er allemaal even veel last van."

De pornosites gaan dan ook steeds geraffineerder te werk.
Marjan Gerarts: "Vroeger moest je blootbeelden zoeken, nu komen ze op je af, dat is bekend. Dat gebeurt vaak via popups met boodschappen als 'Proficiat! U bent de duizendste bezoeker. Klik hier voor uw prijs'. Uiteraard is dat bedrog. Kinderen beseffen vaak niet in welk wespennest ze kunnen terechtkomen als ze daarop klikken."

Sommige kinderen zeggen ook kinderporno te hebben gezien. Je vindt dat toch niet zomaar op het web.
Marjan Gerarts: "Toch is het zo. Achttien kinderen uit ons onderzoek geven aan dat ze al kinderpornografische beelden op de computer gezien hebben. Zes kinderen vermelden beelden van porno met dieren. Helaas komen ze soms via thuis op kinder- of dierenporno terecht. Als daar iemand dergelijke sites bezoekt, zijn ze via de browser makkelijk toegankelijk."

De tweede grote negatieve ervaring is die van ongewenste contacten. Bedoel je daar pedofielen mee?
Marjan Gerarts: "Het is een verzamelnaam voor verbale agressie, onaangename contacten met een onbekende, seksuele benadering en cyberpesten. Verbale agressie is uitgescholden worden, bedreigd worden en ruzie maken. Onbekenden zijn mensen die zich voordoen als iemand anders, kinderen op hun contactaccount plaatsen, hen naar hun gegevens vragen of een afspraak voorstellen. Seksuele benadering omvat confrontaties met exhibitionisme, gevraagd worden om seksuele dingen te doen via de webcam of pornografische beelden doorgestuurd krijgen. Cyberpesten is heel ruim: inbraken in e-mail, msn of spelaccounts, je eigen foto's of andere beelden al of niet bewerkt verspreid zien worden en negatieve commentaren op blogs krijgen."

Hebben meisjes daar meer last van dan jongens?
Marjan Gerarts: "Ja, duidelijk. Alleen cyberpesten komt evenveel bij jongens voor als bij meisjes. Het fenomeen van ongewenste contacten neemt bovendien toe met de leeftijd, allicht omdat oudere kinderen meer chatten dan jongere. Zo meldt in het eerste jaar secundair 36 procent van de Vlaamse meisjes ongewenste contacten tegen 22 procent in het vijfde leerjaar van het lager onderwijs. Bij de Vlaamse jongens zien we een stijging van 13 procent in het vijfde leerjaar van het lager onderwijs naar 25 procent in het eerste jaar secundair."

Hoe gaan pedofielen te werk om kinderen te benaderen?
Marjan Gerarts: "Ze benaderen hun slachtoffer meestal door zich heel onschuldig en lief voor te doen. 'Poppemieke meldt zich aan' leest het kind op zijn scherm, en welk kind is consequent genoeg om dit soort aanmeldingen straal te negeren? Contacten worden ook via online games gelegd, denk maar aan de chatfunctie binnen het onder kinderen en jongeren erg populaire online game Runescape. Maar er zijn ook pedofielen die gewoon zichzelf zijn, die niet liegen over hun leeftijd en heel duidelijk zijn over hun intenties."

Maar vaak gaan kinderen en jongeren zelf in de fout.
Marjan Gerarts: "Vooral als ze nog jong zijn, springen ze te gul om met hun login en paswoord. Zodra dat gekend is, gaat het snel rond en komt het vroeg of laat in verkeerde handen terecht. Verder plaatsen ze te gemakkelijk persoonlijke gegevens of foto's online. Een foto die ooit op internet is verschenen, hoe gênant ook, krijg je daar nooit meer weg. Het gebeurt geregeld dat verliefde jonge pubers foto's van elkaar online zetten of uitwisselen. Zodra het uit is of er ruzie is, neemt de een of de ander wraak en komt de foto op het web, soms gephotoshopt en al."

Dat is dan een voorbeeld van cyberpesten.
Marjan Gerarts: "Ja. Cyberpesten gebeurt het meest doordat de msn-, e-mail- of spelaccount van een kind gehackt wordt. Dat kan vreselijke gevolgen hebben. Wij ontvingen getuigenissen van een kind wiens account gehackt was. Prompt begon de dader in naam van zijn slachtoffer scheldmails rond te sturen naar jan en alleman. Hij veranderde allerlei gegevens aan het profiel van zijn slachtoffer. In één geval kwam het echt tot een algemene ruzie op school. Eén van de kinderen was op Runescape enorm gevorderd, hij had een torenhoge score opgebouwd. Toen gaf hij zijn account door aan een zieke klasgenoot. Door gebrek aan ervaring, niet eens door onwil, speelde die alle credits kwijt. Het heeft op die school maanden gestormd."

Deze week starten jullie een nationale sensibiliseringscampagne voor veilig internet in de supermarkten. Waarom daar?
Marjan Gerarts: "We denken dat we ouders het meest direct kunnen benaderen via die weg. Ook kinderen komen geregeld in de supermarkt. Maar daarnaast geven we conferenties in bedrijven, op de werkvloer dus, en komen we naar scholen."

www.actioninnocence.org - Informatie, tests, downloads en tips voor veilig internetgebruik

Kinderen getuigen
"Ik was 5 of 6 jaar en ik typte Sneeuwitje in en dan kwam er een website met allemaal blote foto's op en toen heb ik op het kruisje geklikt, maar dat hielp niet en heb ik mijn papa erbij gehaald." (meisje, 10 jaar)

"Ik vond een spelletje waarop je allemaal dieren en mensen moest afslachten. Ik voelde me triest. Ik heb het niet verteld aan mijn mama en papa." (jongen, 11 jaar)

"Een mail waarin dieren levend gevild werden." (jongen, 12 jaar)

"Ik kreeg een soort van dreigbrieven dat ze een proces gingen beginnen als ik niet snel betaalde. Ik heb de bankkaart van mijn moeder genomen en heb daarmee stiekem betaald. Maar ik heb alles wel terugbetaald (stiekem). Maar zo was ik 60 euro kwijt." (meisje, 13 jaar)

"Ineens kwam er een vieze site. Ik sloot het maar het kwam altijd terug! Toen ben ik mijn mama gaan halen het kwam niet meer. Toen ik weer alleen was, kwam het terug! Het was precies alsof de computer of die site mij zag zitten! Ik vond dat eng!" (meisje, 11 jaar)

"Ik kwam ooit eens op een site en er stond een verrot lijk op de hoofdpagina. Ik was er echt niet goed van." (meisje, 12 jaar)

"Ik was per ongeluk op een kinderpornosite. Ik zocht 'kinderen vrij wil' op en ik kwam ergens anders op." (jongen, 12 jaar)

"Maar dan op het einde begon er een meiske allemaal video's van haar door te sturen. Dat waren wel vettige filmkes." (jongen, 12 jaar)

"Dat er een (zogezegd) meisje was en die wou met mij uitgaan en die vroeg al mijn gegevens. En ik was zo stom al mijn gegevens te geven." (meisje, 11 jaar)

"Al ik mijn lul toon, wa toonde gij dan?" (meisje, 11 jaar)

"Iemand had een foto van mij bewerkt en hem heel lelijk gemaakt en hem dan op de site van de school gezet." (jongen, 10 jaar)

"Jongens die heel vies deden. Ik voelde me heel erg geschokt en was de hele dag treurig." (meisje, 13 jaar)

"Ik zat op MSN en iemand had mij toegevoegd. Ik accepteerde en hij vroeg of ik geil was en ik zei nee! En hij deed zijn broek en onderbroek uit. Ik schaamde mij dood!" (meisje, 12 jaar)

Internet blijft onveilig
66 % van de Vlaamse tien- tot veertienjarigen zegt dat ze al negatieve ervaringen hadden met internet. De top vier: ongewenste beelden, onaangename contacten, technische problemen, reclame. Opvallende cijfers voor Vlaanderen uit het onderzoek van Action Innocence:

1. Gemiddeld vermeldt één kind op vijf een negatief contact via het web. Meer meisjes dan jongens hebben er last van. Het aantal negatieve contacten neemt bovendien toe met de leeftijd.
Negatieve ontmoeting 5de lj. 6de lj. 1ste sec.
meisjes 22 % 29 % 36 %
jongens 13 % 21 % 25 %

 

2. Bijna één leerling op twaalf zegt verbale agressie te ervaren op het web. Het fenomeen neemt toe met de leeftijd en uit zich meer bij meisjes dan bij jongens.
Verbale agressie 5de lj. 6de lj. 1ste sec.
meisjes 7 % 10 % 14,5 %
jongens 5 % 5,5 % 7 %

 

3. Gemiddeld vijf procent van de leerlingen zegt last te hebben van seksuele benadering via internet. Meisjes rapporteren dat meer dan jongens. Van de Vlaamse meisjes in het eerste jaar van het secundair onderwijs meldt één op zeven spontaan dat ze al seksuele voorstellen of vragen kregen en dat ze dat als onaangenaam ervaren.
Seksuele benadering 5de lj. 6de lj. 1ste sec.
meisjes 6 % 9,5 % 13 %
jongens 2 % 5,5 % 2 %

 

4. Gemiddeld vijf procent van de leerlingen (zowat één per klas) geeft aan dat ze een contact met een onbekende via internet als onaangenaam hebben ervaren. Meisjes melden meer negatieve ervaringen met onbekenden dan jongens. Bijna één meisje op tien rapporteert zo'n contact tegen één jongen op dertig.

5. Gemiddeld vijf procent van de kinderen (zowat één per klas) zegt last te hebben van cyberpesten. Meisjes hebben daar iets meer last van dan jongens. In het eerste jaar van het secundair onderwijs wordt 8 procent van de meisjes gecyberpest.

6. Bijna één leerling op drie zegt dat ze het zien van pornografische beelden onaangenaam vinden. 2,5 procent vermeldt specifiek dat ze het zien van gewelddadige beelden niet fijn vinden. 0,7 procent spreekt over kinderpornografische beelden op het web en 0,1 procent over beelden van seks met dieren.

Wat zeggen de eindtermen?
Wat moeten leerlingen precies kunnen met de computer? Hoe ga jij met de pc om in de klas: ben je een leerder, een mentor of een ambassadeur? Wat moet je doen om de ICT-eindtermen te realiseren? "De collega's schrokken wel toen ze de nieuwe eindtermen zagen, maar die zijn volgens mij makkelijk te integreren in de lessen", zegt Veerle Roose van de Stedelijke Basisschool in Desselgem. "Met één goede toepassing verwerk je ze allemaal tegelijk, als je het goed aanpakt." Een speciale brochure in het midden van deze Klasse zet je op het virtuele spoor: de eindtermen, de zelftest, de links en tools.

Tien keer veiliger internet in de klas

1. Begeleid internetgebruik. Laat je leerlingen enkel surfen als je zelf in de buurt bent;
2. Bouw een vertrouwensrelatie met je leerlingen op door geregeld over internet te praten. Laat leerlingen tonen wat ze graag online doen, bezoek samen hun favoriete websites;
3. Zeg leerlingen duidelijk dat ze bij jou terecht kunnen als een website hen een ongemakkelijk gevoel geeft;
4. Laat je leerlingen betrouwbare en veilige websites ontdekken voor hun huis- en klaswerk. Neem deze sites op in je eigen Favorieten;
5. Beveilig de computer met filters die ongewenste inhoud tegenhouden. Bespreek in de klas waarom die filters geplaatst zijn en hoe ze werken;
6. Toon je leerlingen hoe ze hun persoonlijke gegevens kunnen beschermen. Waarschuw voor de risico's van een persoonlijke ontmoeting met een internetvriend;
7. Creëer een 'online overeenkomst' met simpele en duidelijke regels, in samenspraak met je leerlingen. Hang deze overeenkomst uit in de buurt van de computers;
8. Vertel je leerlingen over de 'Netiquette', de gedragsregels op het web. Moedig ze aan daar dezelfde regels toe te passen die van hen verwacht worden op de speelplaats. Wees alert voor cyberpesten;
9. Betrek ouders en collega's bij het internetbeleid op school. De school kan ouders informeren over de gevaren van internet via een brief of tijdens een ouderavond;
10. Zet geen duidelijk identificeerbare foto's of persoonlijke gegevens van je leerlingen op de website van de school. Dit is wettelijk verboden zonder toestemming van de ouders.

BRON : http://www.klasse.be/leraren/index.php?id=6511

Terug